<----- Terug naar de hoofdpagina over Jacob Schattenkerk

Geschiedenis in Demerary in verband met Jacob Schattenkerk

Rev. 14 september 2015

For an English summary see here


Inleiding

In deze pagina ga ik wat dieper in over het verband van mijn voorouder Jacob Schattenkerk (1773-1841) zoon uit het gezin Schattenkerk-Eeftinck met Essequebo-Demerary (nu deel van Guyana) .

Met dank aan Paul Koulen voor zijn artikel in Gen. (Tijdschrift voor familie geschiedenis van het CBG (*6) ) Verder is Paul mij zeer behulpzaam geweest met het aanreiken van aanvullende informatie uit verschillende bronnen. Tevens ook dank aan Tim Kooijmans (onderzoeker in het team van Professor dr. Abe de Jong.) Abe de Jong is professor corporate finance en governance aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. Hij onderzoekt met die focus de geschiedenis van plantages in de Nederlandse kolonies rond het midden van de achttiende eeuw. (*1)

Samenvatting.
  • Jacob Schattenkerk huwde in 1805 met de in Demerary geboren Maria Cornelia Bellij, aangenomen dochter van het echtpaar Charles Desbarats en Maria Catharina Blondel. De laatste was een dochter van planter Jan Blondel en Cornelia Appelkrans. Desbarats was onder andere eigenaar van de koffieplantage L' Heureuse Avanture en later enige tijd via zijn vrouw deel eigenaar en beheerder van de plantage Blygezigt. Het echtpaar Desbarats-Blondel vertrok in 1790 naar Europa, woonde in 1796 in Bordeaux en vestigde zich later in Nederland. Desbarats overleed in 1808 te Maarssen.
  • Jacob was een neef van Willem Eeftinck (geb. circa 1749 in Arnhem). Oom Willem was planter in Demerary en huwde er met Johanna Elisabeth Blondel een zuster van genoemde Maria. De zusters Blondel waren sinds 1776 deel eigenaar van de plantage Blijgezigt uit de nalatenschap van hun ouders. Eeftinck nam voor 1786 het beheer van die plantage over van zijn zwager. Uiteindelijk werd hij samen met zijn vrouw volledig eigenaar van Blygezigt. In 1794 keerde hij terug naar Nederland en vestigde het echtpaar met een zoon zich in Zwammerdam (nu gemeente Alphen a/d Rijn) waar hij in 1802 overleed.
  • Jacob Schattenkerk werd in 1814 aangesteld tot algemeen zaakwaarnemer van zijn tante, de weduwe Eeftinck-Blondel en ondernam in die functie stappen om grip te krijgen op haar zaken in Demerary met name van de plantage Blygezigt.
  • In 1815 erfde hij samen met zijn vrouw van de weduwe Desbarats-Blondel. In de nalatenschap bevond zich een hypotheek op onder meer de plantage L' Heureuse Avanture en 500 akkers grond, eigendom van de erven Sabbathier.
  • Eind 1816 overleed ook de weduwe Eeftinck-Blondel inmiddels kinderloos en was Jacob samen met een zuster van Eeftinck erfgenaam. In de erfenis bevond zich naast de plantage Blygezigt een stuk land bij de Hayama kreek gelegen stroomopwaarts in de Demerary rivier en het aanzienlijke huis Buitendorp in Zwammerdam.
  • Jacob, die executeur testamentair was, verkocht Blygezigt in 1818 en probeerde in 1820 achterstallige rente te innen van de genoemde hypotheek uit de nalatenschap van de weduwe Desbarats. In 1828 werd L' Heureuse Avanture te koop aangeboden met de opbrengst waarmee hij hopelijk gecompenseerd werd.


  • Eerst iets over de geschiedenis van Demerary en omgeving.

    Demerary (Demerarij,Demerarije, Engels: Demerara, Frans Demerari) was formeel tot 1814 een Nederlandse kolonie samen met Essequebo genoemd naar twee rivieren aan de noord-oostkust van Zuid-Amerika. Ook wel de " Wilde Kust " genoemd. De rivier Demerary (346 km lang en ten oosten van de nog grotere rivier Essequebo) werd in 1745 door de WIC (West Indische Compagnie) opengesteld voor de vaart, aanleg en exploitatie van plantages. De kolonie groeide snel en in de periode 1760-1780 overvleugelde Demerary in economisch belang en aantal planters Essequebo. Het bestuurscentrum van Demerary werd kort na de openstelling op Borsselen, een eiland in de rivier, gevestigd. Gedurende de Amerikaanse onafhankelijkstrijd (1775-1783), waarbij Nederland de Amerikaanse kant koos, werd de kolonie in 1781 korte tijd bezet door de Engelsen waarna het in 1782 in Franse handen viel. In die tijd werd een een kleine nederzetting aan de mond van de Demerary rivier gevormd, Longchamps of Nouvelle Ville genoemd en het eiland Borsselen wat betreft overheids doeleinden verlaten. Na de teruggave van de kolonie aan Nederland in 1784. werd het stadje omgedoopt tot Stabroek naar een van de bewindhebbers van de WIC.


    1773 kaart van d Anville. Overzicht van Nederlandse Kolonies op de
    " Wilde Kust ".

    De directeur Generaal zou voortaan in Stabroek, Demerary resideren terwijl Essequebo het met een commandeur moest doen. In 1789 werd de kolonie weer samen gevoegd onder leiding van een gouverneur met zetel in Stabroek. In 1791 werd de WIC opgeheven en kwam het bestuur in handen van een staatsraad. Na 1795 ontstond door interventie van ex stadhouder Willem V die de Engelsen als bondgenoot zag politieke onrust tussen Patriotten en Orangisten met gevolg dat de Orangistische gouverneur vluchtte. Nadat de Britten van 1796 tot 3 december 1802 de kolonie opnieuw bezet hadden, gaven ze Demerary, Essequebo en het nabij gelegen Berbice bij de Vrede van Amiens terug aan de Bataafse Republiek maar in september 1803 bezette ze de kolonie opnieuw. In 1812 werd de hoofdstad Stabroek door hen omgedoopt tot Georgetown. Bij de conferentie van Londen in 1814 werd afgesproken om Essequebo-Demerary en Berbice af te staan aan het Verenigd Koninkrijk. Het verdrag werd effectief in 1815 ingevoerd. In 1838 werd de naam van de kolonie Brits Guiana (in het Indiaans: land van vele rivieren) en in 1966 werd de kolonie een onafhankelijke staat in het Britse Gemenebest onder de naam Guyana.


    Kaart van Schey 1770 met de rivier Demeray. In geel het eiland Borsselen toen het administratief centrum en het stuk grond Hayama dat zich in de nalatenschap van Eeftinck bevond. De plantage Blygezigt staat hier nog niet aangegeven en bevind zich aan de kust dichtbij de oostkant (boven) van de monding van de rivier. Zie paragraaf Blijgezigt.





    Over Willem Eeftinck in Demerary.

    De naam Eeftinck kent vele spellingsvarianten zoals Eefting, Effinck, Eftinck,Efting, Eftink, Ettink( Estink komt vermoedelijk als transcriptie-fout ook voor). Klik hier voor een deelgenealogie Eeftinck

  • 1780 27 april. Ten behoeve van Willem Eeftinck word een stuk land van 125 akkers gelegen bij de monding van de kreek Coerabana aan de kust ten oosten van de Demerary rivier opgemeten volgens een aantekening op transportakte 39 d.d. 22 december 1783 (*1)
  • 1780 26 september. Het eerste echte levensteken van Willem Eeftinck uit Demerary komt van een door de Britten buitgemaakte, brief gedateerd 26 september 1780 door hem geschreven vanuit het bestuurscentrum, het eiland Borsselen in de Demerary rivier. In de brief gericht aan zijn ouders in Arnhem vertelt hij onder andere dat hij "vrijagie" heeft met een jufrouw met wie hij wil trouwen maar dat haar voogd hem geen goede partij vind. Hij schrijft verder: " Egter zeeder eenige tijt, malkanderen daagelijcks konnende zien zijn wij zoo bondig aan malkandere verlooft dat de juffrouw van haar kant, alzoo min als ik, zin zal hebbe om van het huwelijck af te zien." Zij is waarschijnlijk zijn latere vrouw Johanna E. Blondel, die toen circa 19 jaar (*2) was. Een stuk land van de erven Blondel was dicht bij gelegen bij die van Willem waarop de laatste op dat moment bezig is met het verbouwen van katoen. Meer over de brief....


  • 1785. De naam van Willem Eeftinck komt voor onder een, op 10 juni 1785 geschreven, verzoek " van de planters en ingezeetenen der colonie van Essequibo en Demerary een requeste en memorie aan de Staten-Generaal, om de hoogmogende heeren aan te kunnen toonen de onmogelijkheid dat deze colonie langer kan blijven onder de beheering der Westindische Comp., en dat men dus, met allen eerbied van gevoelen is, dat een verandering van bestuur noodzakelijk is ". (bron: Missive Heren Thienen 1786 P15 via earlydutchbooksonline onderdeel van Delpher.nl ) In dat zelfde jaar komt hij ook voor op een handgeschreven naamlijst van eigenaars van plantages in Demerary met van de Hollanders de nationaliteit en opmerkingen over de persoon (*7). Bij hem staat " gewezen timmerman ".
  • 1788- Willem Eeftinck is na de brief uit 1780 gehuwd (wanneer ?) met Johanna Elisabeth Blondel (geb. circa 1761 Demerary) waaruit rond 1788 een zoon genaamd Jean Charles Philippe Eeftinck werd geboren.
  • 1791. Willem Eeftinck maakt een testament op in Demerary waarin hij als reden zijn aanstaand vertrek noemt Zie hier...
  • 1793. Pas op het eind van dat jaar maakt Willem Eeftinck zich daadwerkelijk klaar om uit Demerary te vertrekken. (bron: Essequebo en Demerarische Courant No. 9, Vol. I.29 December 1793: "De geene die iets te pretendeeren hebben van den ondergetekende, werden verzogt hunne pretentien in te geeven om ten eerste betaald te worden, en die aan hem schuldig zyn hunne schulden te komen voldoen op de plantage Blygezigt voor den 15den January 1794, also na dien dag voorneemens is na Europa te vertrekken: zynde middlerwyl by denzelve nog te koop, Hollandsch vlees in halve vaaten, Goude ringen en slootjes, silvere gespels en snuyf-doosen, leepels en vorken, mahagony Laa-tafels en speel tafels, thee en taback kistjes, dam en schach Borden met haar toebehooren: Saxsche porselyne koffy en thee Serviesen, dito pond kommen en kamer potten: kruyshangen en spykers in soorten. Plantagie Blygezigt den 27 December 1793. Wm. Eftinck ".
  • 1794. Eeftinck vertrekt in april. (bron:.Essequebo en Demerarische Courant. (No. 23. ) 6 April 1794.(Vol. 1.) "Lyst der scheepen na het vaderland gedestineert thans voor de mond dezer rivier ten anker leggende. Het schip de Dapperheid Capt. J. Marcussen na Amsterdam: Passagiers met dezelve; de Heeren W. Estinck en C. Cart ". Reist hij samen met vrouw en zoon of zijn die al eerder vertrokken ?
  • 1795 Eeftinck koopt de hofstede Buitendorp net buiten het Zuid Hollandse dorp Zwammerdam, richting Alphen aan den Rijn gelegen.
  • 1799: Een laatste levensteken van Willem Eeftinck.
  • Boodschap van het echtpaar Eeftinck-Blondel in het gastenboek van siertuin Biljoen nabij Velp (Bron: J. Holwerda van stichting Groenverleden)



  • 1802. Op 3 januari dat jaar overlijd Eeftinck te Zwammerdam. Volgens de overlijdensadvertentie worstelde hij al enkele jaren met een pijnlijke ziekte. Hij laat zijn vrouw en 14 jarige zoon achter.
  • Begin februari word de hofstede Buitendorp te koop gezet in een executie veiling te houden op de 27ste van die maand door een zekere J.C. Oto, makelaar uit Amsterdam. (ref. o.a. de Oprechte Haarlemsche courant van 11 februari) Die aankondiging word 2 dagen later weer ingetrokken. Het lijkt op een harde aktie van een geldschieter om de weduwe onder druk te zetten. Mogelijk heeft dit te maken met een hypotheek op Buitendorp en/of de plantage Blygezigt. Het is voorlopig gissen.


  • Over de plantage Blygezigt in chronologische volgorde.
    NB er bestaan veel schrijfvarianten voor de plantage: Blij Gezicht, Blijgezicht, Blygezigt, Blygezight, Blijzigt, Bly zigt. Ik heb de de huidige spelling in Guyana te weten Blygezigt gebruikt behalve bij directe quotes. De betekenis in deze context zal niet het blije gezicht van de eigenaar maar zo iets als Mooi-zicht zijn geweest.




    Kaart NA-1494 uit 1759, NA-1514 uit 1767, NA-1497B uit 1783 en NA-1498B uit 1784. Geel is Blygezigt, rood is het nieuwe administratief centrum de nederzetting Longchamp hier aangegeven als Nouvelle Ville, later omgedoopt tot Stabroek (*5)

  • 1759 Op de kaart van 1759 staan nog geen plantage getekend aan de Oostkust bij de mond van de Demerary waar later Blygezigt zou komen.
  • 1767 Acht jaar later staat op kaart NA-1514 een stuk grond van 500 akkers met Blondel aangegeven als eigenaar. Zijn rechter buurman staat aangegeven als Leary
  • 1772. De plantage Blygezigt (Blyzigt) "gelegen aan de Oostwal van Demerarij tussen de gronden van Cornelius Leary & Andries Verbiest met dezelfs slaven, gebouwen, bepoting en beplanting " wordt op 4 februari 1772 verkocht aan Jozeph de la Chau en Diederik Paridon Meijer voor de somma van 40.000 gulden. Jan Blondel word genoemd als eerste eigenaar (*1) N.B. De hypotheek op Blygezigt van Blondel begon op 20 februari 1769 volgens de hypotheekakte van 1772 maar in de eerdere verkoopakte is die datum gesteld op 27 november 1771. De plantage was 500 akkers groot en er werkten 29 slaven (*1).
  • 1776. Kennelijk is de plantage inmiddels weer in bezit van Jan Blondel die naar aanleiding van een erfeniskwestie de helft van het eigendom op 27 juni 1776 transporteert naar zijn kinderen bij Cornelia Appelkrans zijn overleden vrouw. Blondel is inmiddels hertrouwt en blijft als voogd de plantage beheren. Het aantal slaven is inmiddels flink toegenomen tot 50. (*1)
  • 1780. Jan Blondel is in 1779 overleden en schoonzoon Charles Desbaratz, belast als excuteur testamentair en voogd van de twee minderjarige kinderen Blondel uit een vorige relatie. De weduwe Blondel, Maria Cornelia van Elzen, is naast de kinderen erfgename. Na veel gesteggel valt Blijgezicht toe aan de kinderen en de locatie bij de kreek Coerabana aan de weduwe inmiddels hertrouwd met heer Buttler. (*2)

  • 1783.NA-1497B Detail van de plantage Blygezigt eigendom van de erven Blondel. (*5)

  • 1783-1784 Op kaart NA-1497B staat als eigenaar nog Blondel genoemd maar op kaart 1498B staat de naam van Desbarats als echtgenoot van Maria Catharina Blondel. In beide kaarten geflankeerd door plantages van (De) Saffon links en Cumming rechts. Kaart NA-1497B lijkt sterk af te wijken van de anderen maar ik vermoed dat deze alleen het tot dan toe gecultiveerde deel aangeeft en de andere. het grond eigendom.


  • 1786 detail uit Kaart UBM: Kaartenzl: 102.18.03 UVA

  • 1786. Op een kaart van dat jaar komt de naam Etting of Eftink (waarmee Willem Eeftinck bedoeld zal zijn) voor als plantage eigenaar en/of deeleigenaar en beheerder van Blygezigt. Vermoedelijk was hij inmiddels getrouwd met de tweede dochter uit het huwelijk Blondel-Appelkrans Johanna Elisabeth. Het lijkt waarschijnlijk dat hij de andere twee kinderen Blondel een broer en Maria Catharina Desbarats -Blondel heeft uitgekocht.
  • Op een kaart van 1792 staat zijn naam bij Blygezigt als Wm. Eftinck aangegeven.


  • 1794 Eeftinck verlaat de kolonie. Wie de plantage in zijn afwezigheid beheerd is nog niet bekend.
  • 1802. Willem Eeftinck overlijd. Het eigendom van Blygezigt is in zijn nalatenschap.



  • UVA kaart uit 1798 (Willem Eftink bij nr 73,Blygezigt), kaart van Swaen 1802 (bibliotheek Rotterdam) en de situatie van april 2015 (mapcarta.com/19104344)

  • 1804 kort nadat Demerary weer door de Engelsen is bezet word de plantage Blygezigt te koop aangeboden door een zekere Pieter Willem Prins (bron: Essequebo and Demerary Gazette 1804 March 03 " By J. C. Otto a Amsterdam is uit de hand te koop de plantagie Blygezigt, gelegen tuschen de plantagien de Ketty en Bel Air a Demerary, onder conditien van sussisante borgen, voor de kooppenningen ten genoegen van den verkooper, zonder zich in brief-wisseling in te laaten. Demerary den 1 Jan. 1804. P. W. Prins, q. q" Er is geen bericht gevonden dat de plantage toen daadwerkelijk verkocht is. In eerste instantie lijkt het erop dat Prins de plantage in eigendom heeft (*4) maar dat is niet het geval zoals uit het vervolg blijkt. Een waarschijnlijke reden is dat de plantage als onderpand diende voor een hypotheek en heer Otto in opdracht van een financier achter deze actie zit. Hetzelfde gebeurde eerder met de hofstede Buitendorp van Eeftinck. Zie boven.
  • 1811-1812. Er zijn berichten die er op duiden dat F.N. Sabbathier (*3) actief is in Blygezigt.( Bron: Essequebo and Demerary Royal Gazette , 31 augustus 1811. en 14 november 1812)
  • 1813. In een overzicht kaart uit de Essequebo and Demerary Royal Gazette van 1815 die terugverwijst naar de situatie over 1813 staat dat Blygezigt toen alleen katoen produceerde en wel 37.788 duizend Engelse ponden dat jaar met een slaven bezetting van 95. Bel-Air produceert alleen suiker en daaruit ten dele Rum, de Kitty produceert dat ook maar tevens katoen. Gezien aan de belasting is de Kitty circa drie maal zo groot als Blygezigt en Bel Air twee maal zo groot. Zie hier....
  • 1814. Op 13 augustus word in de conferentie van Londen volgend op de nederlaag van Napoleon, besloten om de kolonie Essequibo-Demerara en Berbice over te dragen aan Engeland. Met de status duidelijk geregeld is het tijd om te zaken in Demerary weer op te pakken. Behuwdneef Jacob Schattenkerk, word benoemd tot zaakwaarnemer van de weduwe Eeftinck in plaats van de heer Otto Zie hier..., stelt voor Blygezigt een lokaal beheer-team samen bestaande uit François Nicolas Sabbathier (*3) en Jacob Schoemaker in plaats van P.W. Prins. Hieruit blijkt dat de plantage nog steeds in bezit is van de weduwe Eeftinck en dat de heer Prins kennelijk een rol had als administrateur. Vanaf welke tijd het duo Otto en Prins de dienst uit maakte staat niet in de betreffende akten wel dat het voor 1812 was (*4). Rekening houdende met de mislukte pogingen tot verkoop van Buitendorp en Blygezigt in respectievelijk 1802 en 1804 lijkt de aanname dat een veronderstelde hypotheekverstrekker genoegen heeft genomen met de opbrengst van Blygezigt en die hypotheek inmiddels afbetaald was waarschijnlijk. Als het zo is dan is het logisch te veronderstellen dat de financier al vanaf 1804 via heer Otto controle uitoefende. Vraag: Wie voerde het beheer over de plantage voor 1804 ?
  • 1816. De resultaten van het beheerteam laten kennelijk te wensen over en Sabbathier word vervangen door Gerrit Timmerman. Het doel van het nieuwe team is om van Sabbathier rekening en verantwoording over zijn administratie in de afgelopen jaren en de algemene staat van Blygezigt te vorderen, verschuldigde inkomsten van deze te innen en in het algemeen het beheer over te te nemen.Zie hier...
  • 1816. De weduwe Eeftinck overlijd op 19 december dat jaar in Zwammerdam. Het merendeel van haar nalatenschap gaat in gelijke delen naar haar behuwdneef Jacob Schattenkerk en schoonzuster Barendina Eeftinck. Jacob word benoemd als executeur testamentair.
  • 1818. De acties van het nieuwe beheer-team van Blygezigt resulteren in verkoop gezien onderstaande berichten in de Royal Gazette van Demerary and Essiquebo volL. XIII. No. 1157. March 21, 1818. "AT the Commissary Court of the 6th April, 1818, the following transport and mortgages will be passed by J. Schoemaker and G. Timmerman, q.q. the heirs of Mrs. the widow Efting, transport of plantation Blygezigt, with all the cultivation thereon, to Messrs. Rodie and Shand, and John Staunton." Vol. XIII. No. 1196.June 20, 1818. "AT the Commissary Court of the 6th of July, 1818, the following transports and mortgages will be passed: - By Jacobus Schoemaker, q.q. the heirs of Efftink, transport of a piece of land, situated in Hayama Creek, in favour of F. C. H. Kuster." Dit is het einde van het verhaal wat betreft Schattenkerk de plantage Blygezigt en nog een akker uit het bezit van oom Eeftinck zijn door zijn beheer-team verkocht. (*4)


  • Vervolg informatie over plantage Blygezigt:
  • 1821. Blygezigt wordt weer te koop aangeboden (bron: London Gazette, 3 april 1821) "In the month of March 1822, the sugar plantation Bel Air and Blygezigt, situated on the East Coast of the colony of Demerary, taken in execution at the suit of E. J.I Henery versus And. C. Johnstone."
  • 1824-1825 In een aantal Nederlandse kranten waaronder de NRC verschijnen in het Engels gestelde advertenties over de op handen zijnde executieverkoop van enige plantages waaronder Blygezigt. Zie advertentie..
  • 1833 in de Britse Parliamentary Papers van januari 1833 blijkt Bel Air en Blygezigt samengevoegd. Ze produceren suiker en hebben 209 slaven in dienst waarvan 121 mannen.
  • 1835. Blygezigt en het nabij gelegen Bel Air zijn in het bezit van Charles en William Shand Parliamentary papers p.120 T71/885
  • 1943 Het gebied van Bel Air, Blygezigt en hun buur plantages aan de oostkust is nu eigendom van de Corentyne Sugar Company, Ltd. Nog maar een klein deel word gebruikt voor de rietsuiker productie. De rest bestaat uit wat verpreide rijstveldjes , gras- en ander landjes en huizen. Georgetown rukt op ! ref Cheddi Jagan Research Centre


  • Over het echtpaar Desbarats-Blondel en hun nalatenschap

    De Fransman Charles Desbarats (Spellingvarianten: Debaratz, Desbarratz en als transcriptie fout: Desbarets, DS Barats, Desmarestz) was, evenals Willem Eeftinck, planter te Demararary. Zijn oorspronkelijk beroep was landmeter volgens een naamlijst uit 1785. Er zijn in het Nationaal Archief een zevental kaarten overwegend van de westkant van de Demerary geheel of ten dele van zijn hand, gemaakt rond 1776. Een er van inv. 1510 toont zijn eigen plantage L' Heureuse Avanture (Aventure) aan de zuidzijde van kanaal 1. Zie hieronder links.


    links NA-1510 uit 1776 in blauw plantage L' Heureuse Avanture toen eigendom van Desbarats met handtekening van de landmeters.
    Rechts NA-1498B uit 1792 eigendom van de familie Sabathier in blauw. Blygezigt in geel.L' Heureuse Avanture boven. (*5)

    Desbarats huwde de plantersdochter Maria Catharina Blondel waaruit een zoon in 1783. Door zijn huwelijk en als executeur testamentair van de boedel van Jan Blondel werd hij aangemerkt als eigenaar van de sinds 1776 ten dele aan zijn vrouw behorende plantage Blygezigt (*2) .

    Net als Eeftinck ondertekende Desbarats, nadat de kolonie in 1784 weer onder Nederlands bewind stond, het verzoek aan de Staten-Generaal van 1785. In 1786 komt zijn naam voor in verband met een door hem verloren rechtszaak over het eigendom van hem en heer Azemar van een koffieplantage genaamd L'Observator, gelegen aan de Noordzijde van kanaal 1 en iets meer ten westen van L' Heureuse Avanture. Hij maakte deel uit van het kiezerscollege en verliet in 1790 de kolonie. (The journal of the Royal Agricultural and commercial Society of British Guiana p.343/344) Zie hier voor advertenties over de plantages anders dan Blygezigt waar Desbarats mee te maken had.

    In 1796 bevind het echtpaar Desbarats-Blondel, zich in Bordeaux en onderneemt een reis naar Hamburg met een geadopteerde dochter Maria Cornelia Bellij, de latere vrouw van Jacob Schattenkerk en de toen 9 jarige Nicolas Sabathier (*3) (bron: Archives Departementales Bordeaux Collection Passeports. 1 April 1796 "Charles Desbarats avec son epouse Marie Catherine Blondel, sa fille adoptive Marie Corneille Belly et Nicolas Sabathier age de 9 ans" Zie ... Ter enige tijd verhuisd het echtpaar naar Nederland. Toen Desbarats in 1808 te Maarsen overleed verhuisde zijn weduwe naar Zwammerdam waar ze in een huis naast dat van haar zuster Johanna ging wonen. Het echtpaar Schattenkerk-Bellij en Johanna erfden in 1815 ieder de helft van het hoofddeel van haar nalatenschap maar Johanna kreeg alleen het vruchtgebruik van haar deel waarna het, na haar overlijden in december 1816, aan het echtpaar Schattenkerk-Bellij kwam te vallen. Zie hier voor het testament

    Bezittingen van Desbarats in Demerary na zijn vertrek in 1790

  • 1792. De boven beschreven bezittingen van Desbarats zijn nu van François Sabbathier. De laatste kwam in 1784 nog niet voor op de planterslijst. Informatie over de verkoop heb ik nog niet gevonden.
  • In de nalatenschap van de weduwe Desbarats toekomende aan het echtpaar Schattenkerk-Bellij is, volgens de in de inleiding genoemde lijst van eigendomsrechten aan het begin van de overdracht aan Engeland, een hypotheek uit april 1790 (het jaar dat Desbarats de kolonie verlaat) op (een deel van ?) de plantage L' Heureuse Avanture groot 60 akkers en nog eens een stuk van 500 akkers ten noorden van het kanaal. Beide op dat moment in eigendom van de erven Sabbathier. (zie kaart uit 1798 boven) De jaarlijkse rente is 8% van 13.504,- gulden = 1.080,-. gulden per jaar Nu blijkt in 1814, 24 jaar na de sluiting van de overeenkomst, dat er een uitstaand bedrag is van 14.273,- gulden. Er is dus in feite betaald gedurende ongeveer 10 jaar, maar 14 jaar niet, of er is in 24 jaar elk jaar te weinig betaald zodat er in 1814 een betaalachterstand is die overeenkomt met 14 jaar lijfrente. .(bron: P. Koulen mail 1-4-2015)
  • 1805. Er is ook nog een andere hypotheek gevestigd in 1805 op de plantage L' Heureuse Avanture ten zuiden van het kanaal van Sabathier of waarschijnlijk een uitbreiding ervan groot 250 akkers door de heren Doekscheer en Steenbergen. (bron: P. Koulen mail 1-4-2015)
  • 1804. De oorspronkelijk eigenaar van het onderpand François Sabbathier overleed in 1804.
  • 1807 In de Essequebo and Demerary Royal Gazette van 13 juni 1807 staat de volgende advertentie "Door F. Martin q.q C. Desbratz Transport de helft van een Concessie of stuk grond geleegen aan de noordzyde van het Canaal No 1, aan de Wed: wylen F.Sabbathier, en van dezelve aan Otto & La Haye"
    Het lijkt een merkwaardige constructie waarbij Desbarats een stuk grond transporteert aan de weduwe Sabathier die dat weer overdraagt aan Otto & La Haye of hun opdrachtgever.
    Een mogelijke verklaring van deze dubbel transport constructie is dat de familie Sabbathier gebruikt gemaakt had van de grond en dat die grond door hun cultivatie meer waard was geworden. Aan Desbarats zullen ze dan alleen een vergoeding voor de kale concessie en een huur voor het gebruik van de grond betaald hebben. De tweede verkoop zal gediend hebben om een schuld af te betalen.
    Ik merk op dat Desbarates kennelijk nog meer gronden had dan die hij in 1790 overdroeg aan Sabbathier en waarvoor hij zelf de hypotheek leverde. Welke zijn dat en waarom staan ze niet op de kaarten ?
  • 1807 De weduwe Sabbathier, Maria Barbe Voiturier, hertrouwde dat jaar met Eugene Henry Tempest. Zij overleed vóór 1816. Twee zoons uit het eerste huwelijk, Louis en de onder Blygezigt genoemde François Nicolas Sabbathier waren de waarschijnlijke erven van de plantage.( P. Koulen mail 1-4-2015)
  • 1813. In een overzicht kaart uit de Essequebo and Demerary Royal Gazette van 1815 die terugverwijst naar de situatie over 1813 staat dat L' Heureuse Avanture 10.200 duizend engelse pond koffie geproduceert heeft met een bezetting van 43 slaven. Zie hier....
  • 1820. Na publicatie van de eigendomsrechten rond 1819 stelt het echtpaar Schattenkerk-Bellij, Arend Hendrik Walstab te Demerarij aan als gemachtigde om uit de nalatenschap achterstallige aflossingen en/of rente te vorderen betreffende genoemde hypotheken. Zie hier..
  • 1828. Kennelijk lukt het niet om de achterstallige betalingen te vorderen. Schattenkerk passeert nu een akte die specifiek gericht is op verkoop van de lening of onderpand door dezelfde heer Walstab Zie hier..
  • 1828 Waarschijnlijk door aktie van Walstab word de plantage l' Heureuse Avanture 150 acres groot in october 1828 door de lokale overheid te koop aangeboden per 23 september 1829 met een oproep aan rechthebbenden om zich te melden. Zie advertentie.. Onbekend is of Schattenkerk gekregen heeft waar hij recht op meende te hebben.
  • Over verkoop van de hypotheek op het stuk land van 500 akkers ten noorden van kanaal 1 heb ik niets kunnen vinden.
  • 1833 in de Britse Parliamentary Papers van januari 1833 blijkt l' Heureuse Avanture nog steeds koffie te produceren. Ze hebben 71 slaven in dienst waarvan 45 mannen.





  • Note *1) Voor mijn poging tot transcriptie van de ontvangen oude akten over Blygezigt via professor de Jong zie hier..

  • Note *2) Over de geschiedenis van de familie Blondel door huwelijk nauw verbonden met zowel Willem Eeftinck en Charles Desbaratz zie hier.. .

  • Note *3) François Nicolas Sababbathier (naam varianten: Sabathier en Sabatthier) werd in 1796 als negenjarige door het echtpaar Desbararats-Blondel In Europa begeleid mogelijk in verband met zijn opleiding. Hij is vrijwel zeker een zoon van François Sababbathier tot zijn overlijden in 1804 eigenaar van de plantage L' Heureuse Avanture. Deze persoonlijke relatie kan reden geweest voor schoonzuster Johanna Eeftinck-Blondel om hem na terugkeer in Demerary te belasten met toezicht op de plantage Blygezigt.

  • Note *4) Omdat, heel verwarrend, in de familie Prins een Cornelia Efting voorkomt en er sprake is van het overlijden van de weduwe Prins in 1818, het jaar van verkoop van Blygezigt is er tijdens het onderzoek een, inmiddels onjuist gebleken theorie geweest dat Prins ter eniger tijd en eniger manier eigenaar was geworden van de plantage.

  • Note *5) De kaarten aangegeven met NA-xxx zijn afkomstig van het Algemeen Nationaal Archief, Den Haag, Verzameling Buitenlandse Kaarten Leupe, nummer toegang 4.VEL , inventarisnummer xxxx tenzij anders aangegeven. Zie meer..... Wat betreft de maten: De Surinaamse "akker" die men in Demerary in de WIC tijd gebruikt zal hebben stond gelijk aan 0.43 hectare of wel 10 vierkante ketting ( 1 ketting is 66 Rijnlandse voet, 20,72 meter). De huidige Angelsaksische acre is iets kleiner met 0,401 hectare.

  • Note *6) (Tijdschrift voor familie geschiedenis van het Centraal Bureau voor Genealogy , Jaargang 21 nummer 1 maart 2015. ) "Nederlandse belangen in Berbice, Demerara en Essequebo". Het genoemde artikel is ten dele gebaseerd op een Engels overzicht uit 1815 van een "list of Dutch proprietors of plantations in Demerara, Essquibo and Berbice ", uitgegeven in 1818-1819 (Colonial office 111/28, National Archives London) Meer...

  • Note *7). Op internet gevonden bijlage bij een brief van vermoedelijk een functionaris van Demerary van eigenaren van een of meer Plantages, die zich in juli 1785 (de tijd van het Requeste en Memorie aan de Staten-Generaal) in Demerarij bevonden met nogal vrijmoedige qualificaties. Meer...


  • Ter informatie voor degene die niet mijn hele site bestudeert hebben: Mijn verbinding met Willem-Eeftinck over 7 generaties is als volgt: Schattenkerk- Eeftinck (zus van Willem) / Schattenkerk-Bellij (geadopteerde dochter van echtpaar Desbarats-Blondel) / Eeftinck Schattenkerk - Kwakernaak / Eeftinck Schattenkerk - Boers/ Hees - Eeftinck Schattenkerk / De Jongh - Hees / De Bie - De Jongh/ Henk de Bie.



    <----- Terug naar de hoofdpagina over Jacob Schattenkerk


    Behoort bij de genealogische homepage van Henk de Bie: hdebie45.deds.nl/Genea