<----- Terug naar de hoofdpagina over Jacob Schattenkerk

Aantekeningen over de familie Blondel in Demerary



Met dank aan aan Tim Kooijmans (onderzoeker in het team van Professor dr. Abe de Jong.) Abe de Jong is professor corporate finance en governance aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. die mij foto 's van oude documenten stuurde (*2). Hieruit heb ik gegevens over de samenstelling van de familie Blondel uit de verschillende contracten kunnen extraheren als volgt:

1758 Het oudste mij bekende kind van Jan Blondel geboren in Demerary is Maria Catherina Blondel (geb. circa 1758 zie haar overlijdensakte BS Zwammerdam 1812-1832 akte 30 waar haar ouders genoemd worden). Zij is samen met haar zuster Johanna Elisabeth (geb. circa 1761) en een broer geboren uit een relatie met Cornelia Appelkrans.(GNA: AZ 5/5 akte 17 uit 1776) Daar de Demerary rivier pas in 1745 was opengesteld is Jan er als planter dus vroeg bij.

1766 De eerste mij bekende akte waar de naam Jan Blondel in voorkomt betreft overdracht van een stuk land (GNA: AZ 5/ 2 akte 38)

1767 Op kaart NA-1514 uit 1767 word een plantage met de naam Blondel opgetekend. Het is de plantage later bekend als Blygezigt iets ten oosten gelegen van de monding van van de rivier Demerary.

1770 In maart van dat jaar komt Jan Blondel ter sprake in een raport over het overtreden van het verbod op de invoer van slaven. (*1 p.43) .

1772. Als Blygezigt word verkocht (GNA: AZ 5/3 Akte 43) tekend Dorothe[e] Judoca (of Judora) Blondel - le Clercq naast Jan Blondel. Het is vrijwel zeker zijn vrouw op dat moment. Zij of haar kinderen komen niet verder voor in de documenten die ik bestudeert heb.

1776. Er speelt in dat jaar een erfeniskwestie tussen Jan Blondel en zijn kinderen uit de relatie met Cornelia Appelkrans over haar nalatenschap. (GNA: AZ 5/5 akte 17). De kinderen Blondel-Appelkrans zijn in 1776 nog minderjarig (Grens waarschijnlijk 25 jaar voor jongens en 20 jaar voor meisjes). Dochter Maria Catherina Blondel is door haar huwelijk met Charles Desbararats meerderjarig geworden. Johanna Elisabeth is de andere dochter die later met Willem Eeftinck huwde. De kinderen krijgen de helft van de plantage Blygezigt.

Speculatie: Omdat de dochters Blondel-Appelkrans geboren zijn voor zijn huwelijk met Dorothee Le Clercq en Jan " als voorens weduwnaar van wijlen juffrouw Cornelia Appelkrans " beschreven word lijkt het er op dat Cornelia pas na beeindiging van het huwelijk met le Clercq officieel huwde met jan Blondel. De zin in de akte uit 1780 (GNA: AZ 5/ 6 Akte 69 blz 2/6) "de interessen van het kinderlijk bewind van Jan Blondel ten behoeven van sijne voorkinderen" lijkt die lezing te bevestigen. Het is verder opmerkelijk dat de zussen Blondel-Appelkrans niet konden schrijven zoals bleek bij de geboorte van een zoon van het echtpaar Desbaratz-Blondel in 1783 waarbij Johanna Elisabeth Blondel als tante en meter optrad Zie hier .... . en bij ondertekening van de schikkings akte van 1776 (GNA: AZ 5/5 akte 17) waar Maria Catherina Blondel een kruisje zet met toegevoegde tekst " Dit is het handmerk van Maria Catherina Blondel, verklaart niet te kunnen schrijven ". Dat niet kunnen lezen en schrijven is volgens Paul Koulen zeer ongebruikelijk voor planterdochters. Ook heb ik de achternaam Appelkrans niet kunnen vinden in Nederlandse archieven behalve als moeder van Maria Catherina Blondel. Mijn vermoeden is daarom dat Cornelia Appelkrans een gekleurde vrouw was met een door een Nederlandse planter verzonnen naam.

1777 21 juli 1777. Schoonzoon Charles Desbarats word door Jan Blondel per codicil benoemd als voogd over zijn minderjarige kinderen en executeur van zijn nalatenschap ( ref. GNA: AZ 5/ 6 Akte 69 uit 1780)

1779. Kennelijk is Jan Blondel overleden voor maart van dat jaar want dan word gemeld dat twee Engelse kapers zonder toestemming gewapend volk aan land hebben gestuurd om provisie in te slaan. Dit vond plaats op zowel de plantage van de weduwe Blondel gelegen aan de oostzeekust, als op de plantage van Waller, gelegen aan de westzeekust. (*1, P.37) De weduwe Blondel zal Cornelia van Elzen zijn zie hieronder.

1779 19 augustus. Er word een afspraak gemaakt, waarvan ik de inhoud niet ken, over de verdeling van de nalatenschap van Jan Blondel. De huidige weduwe Blondel, Maria Cornelia van Elzen is naast de kinderen Blondel-Appelkrans erfgename. Zij word vertegenwoordigd door heer Buttler. De nalatenschap bevat o.a. de helft van de plantage Blygezigt die nog in bezit was van Jan Blondel en gronden aan de monding van de kreek Coerabana.

1780. 22 maart. (GNA: AZ 5/ 6 Akte 69) Het blijkt bij nader onderzoek dat Jan Blondel veel schulden heeft gemaakt heeft en de overeenkomst met zijn kinderen waarvan hij voogd was aan zijn laars gelapt heeft. De afspraak van augustus 1779 word nu opengebroken.

1783. Op 25 februari bevalt Maria Catherina Desbartz-Blondel van een zoon genaamd Charles Philippe. Ik vrees dat hij jong is overleden omdat ik niets meer over hem gevonden heb

Eind 1783 vinden een aantal transporten plaats (ref.NA: AZ 3/ 2 akte 36, 37 38 en 39) die vrijwel zeker te maken hebben met het gewijzigde akkoord van 1780. De weduwe Blondel,inmiddels gehuwd met heer Buttler, krijgt de voormalige gronden van Blondel in de monding van de kreek Coerabana gelegen ten oosten van de rio Demerary erft en de kinderen Blondel de plantage Blijgezigt.

Over de in 1776 genoemde zoon van Blondel heb ik niets kunnen vinden, Mogelijk is hij jong overleden.


  • Note *1) Essequebo en Demerary, 1741-1781: beginfase van de Britse overname. Thesis v/d Kreeke 2013.
  • Note *2) Voor een transcriptie van de ontvangen oude akten over Blygezigt en anderen via professor de Jong zie hier..


  • <----- Terug naar de hoofdpagina over Demerary


    Behoort bij de genealogische homepage van Henk de Bie: hdebie45.deds.nl/Genea