<----- Terug naar de Eeftinck Schattenkerk start pagina

Naar de genealogie Schattenkerk -----> opent in eigen venster

Jacob Schattenkerk


Jacob Schattenkerk (1773-1841) zoon van de in Duitsland geboren, in Amsterdam woonachtige Johan G. Schattenkerk en Wendelina Eeftinck, trouwt in 1805 te Zwammerdam met de 33 jarige Maria Cornelia Bellij (1772 Rio de Demerary- 1845 Zwammerdam.) Maria was een aangenomen dochter van Charles Desbarats(circa 1741-1808) en Maria Catharina Blondel (circa 1758-1815). Zie hieronder


Gegevens uit de familie Efting/Eeftinck nodig om het familienetwerk van Jacob in Zwammerdam en omstreken te doorgronden:


I Echtpaar EFTING-BERENDS met als volwassen geworden kinderen:
  • Wendelina Eeftinck (zie IIa).
  • Willem Eeftinck (zie IIb).
  • Barendina Eeftinck, (circa 1749 -1830 Leiden).

    IIa Wendelina Eeftinck, ( 1742 Arnhem, 1781 Amsterdam) trouwt in 1771 te Amsterdam met Johan George Schattenkerk, ( overl.1802 Amsterdam) hieruit o.a. :
  • Jacob Schattenkerk. Zie verder.

    IIb Willem Eeftinck (1746 Arnhem-1802 Zwammerdam) koopman en eigenaar van de plantage Blijgezicht te Demerary (nu Georgetown). Hij vertrekt in 1794 definitief uit Demerary naar Nederland. Willem is gehuwd met Johanna Elisabeth Blondel (circa 1761 Demerary-1816 Zwammerdam). Hieruit: Jean Charles Philippe Eeftinck (circa 1788 Demerary -1806 Zwammerdam). In 1795 koopt Willem de buitenplaats Buitendorp in Zwammerdam.

    Maria Catharina Blondel (circa 1758-1815) dochter van Jan Blondel en Cornelia Appelkrans en adoptiemoeder van Maria Cornelia Bellij, was een zuster) van Johanna Elisabeth Blondel. Toen haar man in 1808 te Maarsen overleed verhuisde zij naar Zwammerdam waar ze in een huis naast dat van Johanna ging wonen. Het echtpaar Schattenkerk-Bellij en Johanna erfden in 1815 ieder de helft het hoofddeel van haar nalatenschap maar Johanna kreeg alleen het vruchtgebruik van haar deel waarna het na haar overlijden aan het echtpaar Schattenkerk-Bellij kwam te vallen. zie hier..

    Het werk van een webpagina over de verbinding van het echtpaar Schattenkerk- Bellij met Dememerary via Eeftinck en Desbarats is vrijwel afgerond en toonbaar zie hier... en Click here for an English summary.. .


    Fragmenten van de levensloop van Jacob Schattenkerk opgediept uit verschillende archieven:

  • 1799-1794 Een Jacob Schattenkerk vaart 1794 voor de VOC als respectievelijk kadet en sous-luitenant naar en van Batavia. [Of het onze Jacob is weet ik niet zeker maar familie overlevering lijkt dat te bevestigen]. Wat een avontuur voor een jonge man van 15-21 jaar ! Na terugkomst zal hij zeker zijn oom Willem Eeftinck in Zwammerdam opgezocht hebben om alle verhalen uit te wisselen. Inmiddels was de Franse tijd aangebroken en zal het moeilijker geweest zijn nog aan de slag te komen in de vaart.
  • Jacob trekt in 1802 mogelijk naar Zwammerdam om zijn tante Eeftinck bij te staan na het overlijden van oom Willem. Mogelijk heeft hij daar zijn toekomstige vrouw ontmoet.
  • In mei 1805 een maand na zijn huwelijk adverteert Jacob in de Rotterdamsche courant als kostschool-houder in Buitendorp, het huis van zijn tante in Zwammerdam. Het is niet bekend of er wat van gekomen is
  • In februari 1806 wordt zijn eerste zoon Charles geboren
  • In augustus van dat jaar overlijdt zijn neef Jean Charles Philippe Eeftinck en noemt hij ter nagedachtenis van hem zijn in juli 1807 geboren zoon Jean Charles Philippe Eeftinck Schattenkerk wat op den duur tot de chique klinkende dubbele achternaam Eeftinck Schattenkerk geleid heeft.
  • In 1807 koopt Jacob een huis (nr 37) aan de Rijn ten oosten van een scheepswerf en ten westen van de buitenplaats Withenlust aan wat nu de Molenstraat is in Zwammerdam.
  • In datzelfde jaar koopt hij nog een ander huis met tuinhuis (nr. 41) gelegen aan de Rijn binnen Zwammerdam van Abraham Tim.
  • Eind 1811 wordt Jacob benoemd als loco burgemeester van Zwammerdam.
  •  
     
    Staatkundig dagblad van het Departement
    der Zuiderzee 08-12-1811

  • In 1814 wordt Jacob benoemd als algemeen zaakwaarnemer van zijn tante de weduwe Eeftinck - Blondel en probeert kort daarna de zaken rond de plantage van Eeftinck, Blijgezicht in Demerary in goede banen te leiden door een lokaal beheerteam te benoemen.
  • in 1815 na het overlijden van de adoptiemoeder van zijn vrouw, de weduwe Desbarats-Blondel(l) wordt Jacob executeur testamentair samen met de Amsterdamse koopman Jacques Marc Fraissinet, ervaren in zaken met Demerary.
  • Na het overlijden van zijn tante Eeftinck-Blondel(l) in december 1816 wordt haar aanzienlijke erfenis in principe verdeelt tussen Jacob en Barendina Eeftinck zuster van Willem Eeftinck en wordt ook hier Jacob benoemd tot executeur testamentair. Daar boven ontvangt Jacob met zijn vrouw haar deel in de erfenis van de weduwe Desbarats.
  • In 1816 trekt Jacob de beheer-opdracht van de plantage Blijgezicht uit 1814 terug en benoemd een 2de beheerteam.
  • in juni 1817 geeft hij notaris Brack opdracht tot verkoop van het huis(nr. 41) dat hij in 1807 kocht. Eind oktober 1817 verkoopt hij het aan de heer Sierman.
  • In september 1817 koopt hij de bouwmanswoning Bouwlust in Aarlanderveen met een aanzienlijke hoeveelheid grond en de andere helft van de heerenhuizing Buitendorp (# 64) van mede erfgenaam tante Barendina Eeftinck
  • in 1818 word de plantage Blygezicht verkocht door het beheerteam in opdracht van de erven van weduwe Eftink. Er is twijfel of daarmee de weduwe Eeftinck-Blondel bedoeld is.
  • in 1819 koopt hij een heerenhuizing en een bouwmanswoning genaamd Catharina's-lust met aanzienlijke hoeveelheid grond, alles tot aan de Rijn gelegen in de Steekterpolder, van baron van Rheede.
  • In 1820 benoemt hij een zaakwaarnemer voor inning van renten van een hypotheek of hypotheken van een plantage in Demerary afkomstig uit de erfenis van de weduwe Desbarats. Zie hier..
  • De volkstelling van 1826-27 bevestigd dat jacob nog steeds op Buitendorp (nr 64) woont. Hij is ook eigenaar van de nabijgelegen panden nr 62 die hij verhuurd aan aan een winkelierster en nr 63 aan een tuinman. Zijn buurman op nr 65 is bouwman Leendert Kwakernaak.
  • In 1828 koopt Jacob de vervallen in het begin van de achttiende eeuw gebouwde buitenplaats With en Lust (Withenlust) inclusief het bijbehorende landgoed van de erven Aalburg/Keijzer eigenaars sinds 1817. Ter weerszijden stonden twee houtzaag molens De Akerboom (ten oosten) en de Palmboom (ten westen). Hij vervangt het door een eenvoudiger woning (zie rechts). In 1867 wordt het door de toenmalige eigenaar verkocht aan de "Vereniging van Christelijke belangen" onder voorzitterschap van kleinzoon Jacob Eeftinck Schattenkerk. Ook dat huis is inmiddels afgebroken. Het stond ten oosten van de huidige in 1905 gebouwde Gereformeerde kerk aan de Molenstraat. De restanten van de vermaarde tuin met waterpartij aan de rechterkant van de rijksweg zijn nog te zien. De molens werden tussen 1922 en 1927 afgebroken.
  • Afbeelding: Advertentie uit het Dagblad van 's Gravenhage 5 maart 1828 met daaronder een romantisch gekleurde tekening uit het einde van de achttiende eeuw (Gemeente archief Leiden inv. 9411). Zicht vanaf de lage zijde van de Oude Rijn naar Zwammerdam. In het midden buitenplaats With en Lust met daarachter de toren van de N.H. kerk.

  • 1828 zoals in 1820 geeft hij samen met zijn vrouw opdracht tot het innen van rente van een hypotheek en/of verkoop van een plantage in Demerary. Zie hier..
  • Op 17 juni 1829 verkrijgt Jacob toestemming van de gemeenteraad van Alphen om een mout-rosmolen (door paarden aangedreven) te bouwen bij zijn huis in de Steekterpolder (nr 45) bij het Goudsche rijpad (waar later houtzagerij Herngreen en weer later Vapotherm waren) met een doel om een bierbrouwerij te beginnen. Hij bouwt er een woning voor een meesterknecht en arbeiders. De brouwerij krijgt de naam "De Zwaan" een verwijzing naar het wapen van zijn woonplaats.
  • Hij bouwt in hetzelfde jaar een nieuwe heerenhuizing genaamd Landlust aan de straatweg in de Steekterpolder.
  • Bij de volkstelling van 1829 woont hij samen met vrouw en jongste zoon Jean C.P.E. en 2 dienstboden. Beide heren geven Brouwer op als hun beroep.
  • Begin 1830 is Jacob gezien de overlijdens advertenties op zijn naam executeur-testamentair van de nalatenschap van tante Barendina Eeftinck. Vermoedelijk erft hij maar dat moet ik nog checken.
  • Op 21 december 1831 geeft Jacob 75 gulden als betaling voor een remplaçant (vervanger voor dienstplicht bij de Zuid Hollandsche schutterij) van zijn brouwersknecht Leemkoel wat hij mogelijk ten dele had ingehouden op diens loon ter bewaring bij notaris Ooijkaas. Om zijn handen vrij maken ?

  • EN DAN ! Op 24 december 1831 laat Jacob bij notaris Ooijkaas officieel vastleggen dat hij hij zeer gekant is tegen het voorgenomen huwelijk van zijn zoon J.C.P. Eeftinck Schattenkerk met Pieternella, dochter van Leendert Kwakernaak en dat zijn zoon dat al meer dan een jaar wist. Dat deze vervolgens zijn vader gedreigd heeft om bij weigering van vaderlijke goedkeuring een gerechtelijke procedure te beginnen. Om verwijdering tussen vader en zoon te vermijden geeft hij hem toestemming om "in Godsnaam" dan maar te trouwen "met wie hij wil". Waarom vader Jacob zo gekant was tegen het huwelijk wordt niet duidelijk. Was het een door hem ervaren standsverschil ? Een geloofskwestie ? Of had hij een hekel aan vader Kwakernaak, die zijn buurman was ?
     

  • Veel geholpen in de verhouding met zijn zoon heeft deze stap van vader Jacob niet en er wordt stevig gekletst in het dorp blijkens deze advertentie een maand later.


  • Coll.CBG



  • Het huwelijk vind ondanks Jacob's uitgesproken mening toch plaats en wel op 22 januari 1832 maar niet in Zwammerdam maar in Emmerich bij de "Evangelische Gemeinte" aldaar. Wat daar de reden voor is geweest doorgrond ik (nog) niet volledig. Het Duitse huwelijk wordt op 26 mei op verzoek van het paar ingeschreven in het nabij Zwammerdam gelegen dorp Aarlanderveen.
  • Nu heeft Jacob er (volgen mij) meer dan genoeg van. Hij geeft op 5 mei 1832 aan notaris Ooijkaas opdracht een aanzienlijk deel van zijn bezittingen te verkopen. Het heeft er alle schijn van dat hij Zwammerdam/Alphen en mogelijk Nederland voorgoed verlaat.
    In de aanbieding zijn in volgorde van de akte: Artikel 1/15 In de Steekterpolder heerenhuizing Landlust met koetshuis en stalling, brouwerij de Zwaan met woning voor de meesterknecht en arbeiders, circa 28 bunder grond en bouwmanswoning Catharina's Lust. Artikel 16 en 17 de buitenplaats Buitendorp met tuinmanswoning en circa 9 bunder grond. Artikel 18 en 19 in Zwammerdam Withenlust met tuinmanswoning tuin, bosland en koepel en 5 bunder grond. Artikel 20 in Bodegraven 6 bunder wei en teelland. Artikel 21 In Aarlanderveen bouwmanswoning Bouwlust en tenslotte artikel 22 een boomgaard aan de oude en nieuwe kerklaan te Zwammerdam.
    De verkoop loopt niet erg goed. bij de finale toewijzing op 22 mei 1832 verkoopt hij alleen de tuin van Withenlust (artikel 19) aan zijn buurman de houtzager Cornelis Corneliszoon Hoogendijk en de boomgaard aan de Kerklaan (artikel 22) aan twee heren De Kanter. In het kadaster staat vermeld dat het huis Withenlust op dezelfde datum ook naar Hoogendijk is gegaan. Ik heb die akte niet kunnen vinden.
  • Het laatste levensteken dat ik in de notariële akten van hem kon vinden is een verkoop van hout in december 1832 door notaris Ooijkaas. Hij regelt dat per brief uit Praag.
     
  • 9 jaar later in april 1841 overlijd Jacob in Praets bij Emmerich en wel in het aanzienlijke Reckenburg . Huurde hij het of logeerde hij er bij familie of vrienden ? Heeft hij zijn kinderen en kleinkinderen ooit teruggezien ? Hij is toen in Emmerich begraven. Zijn stoffelijk overschot is in 1897 door zijn kleinzoon Jacob Volkert Schattenkerk herbegraven in zijn landgoed Bosslag in Loil bij Didam. Zie meer ..


  • Coll. CBG


  • Zijn vrouw keert in november van dat jaar per koets terug naar Zwammerdam in het gezelschap van een gezelschapsdame en twee dienstboden.
  • Begin 1844 wordt meester-brouwersknecht Leemkoel ontslagen door zoon JCP E.S. Wat is er gebeurt ? In hetzelfde jaar verschijnt voor de brouwerij een zaagmolen.

  • Coll. CBG

  • Mevrouw Schattenkerk-Bellij overlijd een jaar later.

  • Coll. CBG

  • In 1846 wordt een verdeling van de ouderlijke boedel tussen de twee broers en enige erfgenamen opgesteld door notaris Proos Hoogendijk. Charles verkrijgt bouwmanswoning Bouwlust in Aarlanderveen met land, wegen etc Catharina's-lust in de Steekterpolder met land etc, Russische effecten, een obligatie en het contante geld. Jean Charles Philippe Eeftinck verkrijgt: buitenplaats Buitendorp in Zwammerdam inclusief bijgebouwen land, tuin etc, herenhuis Landlust met een watermolen, een houtzaagmolen met balkgat (=een ondiepe watergang, waarin de voorraad boomstammen van een houtzaagmolen of houtzagerij wordt bewaard), loods, knechtswoningen, land etc in de Steekterpolder te Alphen en enige percelen land in de Vinkenbuurt strekkende uit de Rijn tot aan het burgpad, inclusief een huis. Over brouwerij De Zwaan wordt niet meer gesproken. Waarschijnlijk is deze dan al al opgeheven.



  • Over zoon Charles Schattenkerk.zie verder Over zoon Jean Charles Philipe Eeftinck Schattenkerk.zie verder

    <<< Terug <<<



    Behoort bij de genealogische homepage van Henk de Bie: hdebie45.deds.nl/Genea