Bron van de brieven:FAdJ Documenten/Mappen de Brauw/ Map-3. Het meeste andere materiaal komt ook uit het FAdJ tenzij anders aangegeven. De eerste brief is van juni 1859 en de laatste uit augustus 1891, in totaal 155 brieven. Aanklickbare delen zijn blauw en onderstreept.


Brieven aan Dirk de Brauw


Dirk Jacob Albert Eduard de Brauw (1848-1914) was een zoon van O.I.L. generaal-majoor C.A. en Jacoba Elisabeth Maria van Heemskerk van Beest. Vader de Brauw kreeg in juni 1857 wegens ziekte verlof naar Nederland en keerde in februari 1860 terug naar Indië. Zijn gezin bleef nog een jaar in Nederland. Hij werd eerst benoemd tot commandant van de tweede militaire afdeling op Java en later in juni 1861 tot civiel en militair gouverneur van Sumatra's Westkust. Gedurende de laatste maanden van zijn leven was De Brauw bij voortduring ziekelijk en zelfs een verblijf in de Padangse Bovenlanden kon in zijn toestand geen verbetering brengen. Hij en zijn vrouw overleden kort na elkaar in februari 1862. Hij was pas 52 jaar. Indien hij niet was overleden dan was hij benoemd tot luitenant-generaal en commandant van het Indische leger. Deze benoeming was rond in maart dat jaar , maar helaas.



.

Boven links:Moeder de Brauw - van Heemskerk van Beest met haar kinderen. (Bron: FA Krol) De foto is genomen van een ingelijst origineel. Gezien de leeftijd van de kinderen en de kleding moet het tijdens het verlof van de familie gemaakt zijn. Mijn vermoeden is dat het aan vader C.A. de Brauw als verrassing is meegegeven toen hij in februari 1860 naar Indië terugkeerde als herinnering aan zijn voorlopig in Nederland achtergebleven gezin. De globale leeftijd van de kinderen in 1860 was Marie 16 (links naast Antoinette ?) . Albertine 15 (midden achter ?), Dirk 12 (rechts) naast moeder, Antoinette 8 (links) en Albert 5 jaar (midden).

Tijdens het verlof werd Dirk in de zomer van 1859 (11 jaar oud) op een internaat in 's Hertogenbos geplaatst, in de zomer van 1861 naar een school in Weesp en mid 1866 aangenomen als kadet bij de militaire academie.


Zes jaar later in maart 1872 vertrekt Dirk als 2de luitenant Infanterie naar Indië waar hij wordt geplaatst in het 12de bataljon infanterie. In maart 1873 neemt hij deel aan de eerste expeditie naar Atjeh onder leiding van Generaal-majoor Köhler. In 1873 begon deze Atjeh oorlog met doel het Nederlands gezag aldaar te vestigen voordat andere landen dat deden. Men meende dat door verovering van de Kraton in een eerste expeditie later dat jaar de oorlog gewonnen was. Niets bleek minder waar. Dirk geraakte door een niet bekend reden in een hospitaal in Padang en kwam in maart 1874 weer terug naar Batavia. Zijn inscheping voor de 2de Atjeh expeditie zou op 20 november van dat plaats vinden.

in juni 1876 werd Dirk bevorderd tot 1ste luitenant In 1878 word gemeld dat hij gewond is geraakt bij de bestorming van de versterking Lamkrah in Atjeh door een (klein kaliber) kogel in zijn long waarna hij naar Batavia werd vervoerd om te herstellen. Op 30 juni 1879 trouwde hij met Tientje (Christine Cornelia Maria) Engel (1856-1943) uit Djojakarta dochter van de planter Henkdrikus B.F. en Maria A. Baumgarten


Dirk en Tientje gemaakt tijdens verlof in Nederland in de periode 1884-1886. (hij circa 36 en zij 28 jaar)




In september 1883 werd hij benoemd tot kapitein en in 1893 ging hij circa 45 jaar in dezelfde functie met militair pensioen. bovenstaande foto is mogelijk gemaakt tijdens een bezoek aan Nederland na zijn pensionering

Op 27-05-1896 komt hij voor in een Indische krant als contactpersoon in de boedel van J.C. Baumgarten, een overleden oom van zijn vrouw. Vanaf 1899 word hij genoemd als administrateur van de cultuurmaatschappij van zijn schoonfamilie, Bedojo (Bedoijo) nabij Djokjakarta in het regentschap Kalassen gelegen aan de voet van de vulkaan Merapi, met zijn schoonmoeder als ondernemer. Producten Indiogo en rijst. In 1905 word hij directeur (ondernemer en administrateur) van een nieuw opgerichte cultuurmaatschappij Merapi gevestigd te Djocjakarta waarvan fl 39.000 van het startkapitaal van fl 40.000 afkomstig was van zijn schoonmoeder voor haar inbreng van de onderneming Bedojo met als commisarissen zijn zwager Richard C. Engel en A.H Engel, een mij onbekend familielid . Zijn schoonmoeder samen met een groot aantal familieleden inclusief genoemde A.H. Engel, schoonzus Helena Rengers Hora Siccama geb. Engel worden sinds 1907 genoemd als ondernemers van Kenaroean (indigo en suikeriet) met zwager Melchior L. Engel als administrateur.


Globale locatie van de cultuurmaatschappij Bedojo


In mei 1908 vertrekt Dirk met zijn vrouw voorgoed naar Nederland. Het echpaar vestigde zich augustus 1908 in het fraai gelegen pand Frederik Hendrikplein 9 in het Haagse Statenkwartier. Vrijwel zeker waren zij de eerste eigenaar.



Links: Pand Frederik Hendrikplein 9, Den Haag (2017) rechts het in 2013 nabij geplaatste standbeeld. Toeval ?




Links een foto van het echtpaar de Brauw met zijn zuster Antoinette en zwager C.A. de Jongh plus een pleegdochter (Non) van Tientje . Het onderschrift is van mijn oom Rob de Jongh.

Op 26 februari 1914 overleed Dirk, 65 jaar oud, in Den Haag. In juni 1915 trekt haar zuster Helena met echtgenoot Haro H.W. Rengers Hora Siccama en hun vier kinderen bij de weduwe in. Hun dochter Helene trouwt in 1918 met mijn oudoom Dirk de Jongh. Het waren hun ongetrouwde dochters die er als laatste van de familie tot begin 21st eeuw woonden. In 1916 werd het land Bedojo voor ongeveer Fl 360.000 (dat zou nu meer dan 3 miljoen euro zijn)verkocht aan de koloniale bank. Die verkoop zal te maken hebben met het overlijden van de moeder van Tientje de weduwe M.A. Engel-Baumgarten in dat jaar.

Tientje bezocht Indië weer in de periode 1919-1921 en 192. - 1930. Zij overleed in februari 1943, 86 jaar oud in Den Haag. Bovenstaand artikel uit het Vaderland toont aan wat een bijzondere vrouw het was.


Over de Brieven (Indien getrancribeerd is de eerst zin blauw en dan clickbaar.)

Eerste periode van juni 1859 tot kort na het overlijden van zijn ouders februari 1862 in Padang (Sumatra).

Hieronder een kort overzicht van de brieven geschreven door zijn ouders uit Utrecht tenzij ander aangegeven:
Pijrmont 21 juni 1859 van Vader , 8 december 1859 van Vader en moeder naar 's Hertogenbosch , 14 december 1859 21 december 1859 van Vader naar 's Hertogenbosch , 8 januari 1860 van Vader en moeder naar 's Hertogenbosch , 15 januari 1860 van Vader en moeder naar 's Hertogenbosch , 22 januari 1860 naar 's Hertogenbosch , Nieuwe Diep 24 januari 1860 van Vader , 29 januari 1860 , 5 februari 1860 naar 's Hertogenbosch, , 27 februari 1860 naar 's Hertogenbosch, 11 maart 1860 naar 's Hertogenbosch , 30 maart 1860 , ongedateerd naar 's Hertogenbosch , ongedateerd naar 's Hertogenbosch , 16 april 1860 naar Bois le Duc, 27 juni 1860 naar Bois le Duc , Samarang 2 juli 1860 van Vader naar Bois le Duc , Amsterdam 14 augustus 1860, 19 augustus 1860, 11 september 1860, 7 oktober 1860 , 16 november 1860, 28 november 1860 naar Bois le Duc, 4 december 1860 , 17 december 1860 naar Bois le Duc , 28 december 1860 , 6 januari 1861 , 30 januari 1861 , 9 februari 1861 , 18 februari 1861 , 26 februari 1861 , 11 maart 1861 A/b Vriendschap Hellevoetsluis 26 april 1861 van Moeder en zusters Albertine en Marie ,ongedateerd naar , Bois le Duc , Samarang 24 juni 1861 van Vader naar Bois le Duc, 's Hertogenbosch of elders , Batavia 20 augustus 1861 , Padang 22 september 1861 van Vader en moeder naar Weesp ,Paija 16 oktober 1861 , Paija combe 22 november 1861 van Vader en moeder , Padang 27 januari 1862 , ongedateerd , ongedateerd , ongedateerd , ongedateerd , ongedateerd van Vader , ongedateerd van Vader en moeder naar Weesp.

Dan volgen twee brieven niet al te lang na het overlijden te weten : Een brief gedateerd 31 december 1862 van Broer Frans [???] uit Padang en een brief van augustus 1863 van zijn grootma [??? Merkwaardig omdat beiden grootmoeders dan al overleden zijn althans volgens mijn gegevens].
Tweede periode van 1871 tot en met 1891 van de volgende personen

  • Opvallend zijn de frequente brieven van oom Constant en tante Marie de Brauw - de Brauw uit Breda. Zij was een zuster en hij een achterneef van vader. Constatijn Phillip de Brauw (1811-1892) was kapitein-ter-zee en hoofd opleiding in Den Helder van 1863 tot 1866. Na zijn pensionering woonde hij in Ginneken bij Breda. Het echtpaar was kinderloos en zullen met de jonge kinderen uit het gezin de Brauw van Heemskerk van Beest zo veel mogelijk opgevangen hebben denk ik. De twee oudere dochters Marie en Albertine huwden kort na het overlijden van hun ouders. Albert de jongste werd net als oom zeeofficier. De laatste gedateerde brief van tante Marie is van augustus 1891. Zij overleed eind januari 1892 gevolgd door oom in november dat jaar.



    Hieronder een kort overzicht van de brieven geschreven door oom en/of tante uit Breda tenzij anders aangegeven:
    10 januari 1872 , 31 januari 1872 , 24 april 1872 , 27 mei 1872 , 19 augustus 1872 , 6 februari 1873 , Utrecht 12 juni 1873 , 8 juli 1873 , 26 juli 1873 , 14 januari 1874 , 19 februari 1874 , Vianen 5 juni 1874 , Vianen 14 juni 1874 , 3 augustus 1874 , 18 november 1874 , 8 maart 1875 , 21 juli 1875 , 16 februari 1876 , 20 mei 1876 , 20 juni 1876 , 27 september 1876 , 16 oktober 1876 , 22 april 1877 , 22 april 1877 , 20 september 1877 , 6 maart 1878 , 13 augustus 1878 , 15 oktober 1878 , 28 december 1878 , 24 april 1879 , 17 juli 1879 , 31 juli 1879 , 11 maart 1880 , 12 maart 1880 aan Tientje, 13 oktober 1880 aan Tientje , 13 november 1880 aan Tientje , 14 december 1880 , 14 december 1880 , 28 augustus 1891 , ongedateerd , ongedateerd ,

  • Halfzuster Louisa de Brauw (1834-1899 Delft) en haar echtgenoot sinds 1853 de officier van gezondheid Lazerus Lindman (1814 Manheim-1877 Amsterdam). Louisa is een van de zogenaamde voorkinderen, erkende kinderen uit een voorhuwlijkse relatie, van vader C.A. de Brauw met de Javaanse vrouw Kaliam. Behalve Louisa waren er nog 2 andere relatief jong overleden kinderen uit deze relatie te weten Johanna H.C. (1832-1865) en Albert (1837-1864).

    Brief Manheim, d.d. 26 november 1871 van Louisa de Brauw en haar echtgenoot . Kennelijk heeft Dirk hen in 1871 een brief geschreven waarbij hij de wens te kennen gaf hen voor zijn vertrek naar Indië In hun woonplaats Manheim te bezoeken. Opvallend is de geuite klacht van Lindman dat de familie de Brauw hen sinds het overlijden van vader de Brauw februari 1862 links heeft laten liggen. Het bezoek, als het doorgegaan is, leide niet tot meer contact gezien het feit dit de enige brief van het echtpaar is in de collectie die loopt tot 1891.

  • Zuster M.J.L. (Marie) de Brauw (1844-1880) in 1862 gehuwd met de officier M.C.E. Ruempol (1830-1890). Hij werd in 1861 bevorderd tot kapitein bij de infanterie, kreeg in 1868 2 jaar verlof wegens ziekte en werd in 1871 bevorder tot majoor en commendant van de 2de militaire afdeling op Java. Later werd hij gelegerd in Padang, Sumatra.


    Kapitein M.C.E. Ruempol. Bron:www.nmm.nl


    Hieronder een kort overzicht van de brieven geschreven door zuster Marie en/of echtgenoot:
    Meester Cornelis 7 april 1873 , Poerwakarta 10 december 1873 , Batavia 11 mei 1874 , Padang 17 juni 1874 van Zwager Ruempol , Padang 18 augustus 1874 van Zwager Ruempol , Padang 25 augustus 1874 van Zwager Ruempol , Padang 18 september 1874 , Padang 18 november 1874 , Padang 18 november 1874 , Padang 18 december 1874 , Padang 26 februari 1875 , Padang 24 maart 1875 van Zwager Ruempol , Djokjakarta 7 februari 1876 van Zwager Ruempol , Djokjakarta 27 februari 1876 van Zwager Ruempol , Djokjakarta 27 mei 1877 van Zwager Ruempol , Djokjakarta 8 mei 1878 van Zwager Ruempol , Djokjakarta 26 augustus 1878 , Djokjakarta 13 september 1878 van Zwager Ruempol , Djokjakarta 22 september 1878 van Zwager Ruempol , ongedateerd .

  • Zuster J.A. (Albertina) de Brauw (1845-1901) in 1863 gehuwd met de advocaat te Batavia Raymond Heyliger (1829-1875). Zij hadden twee kinderen Maria (1864) en Albert (1866).

    Hieronder een kort overzicht van de brieven geschreven door zuster Albertina en/of echtgenoot:

    -Batavia 9 februari 1874 van Zwager Heyliger , Breda 23 februari 1874 ,
    -Batavia 10 maart 1874 van Zwager Heyliger
    - Brief d.d. Den Haag 11 december 1876. Albertine is verontwaardig dat broer Dirk zoo lang niet geschreven heeft. Ze vertelt dat haar vermogen recent een flinke knauw had door een vordering van de compagnon van haar overleden man, ze zal daarom kleiner moeten gaan wonen en dochter Marietje binnenkort van de kostschool moeten halen.
    -'s Hage 2 mei 1879 , 26 september ... ,
    -Conrad 1 april ...

    - Brief d.d. Batavia 19 februari 1873 van nichtje Marietje. Vermoedelijk is het dochter Maria Albertina Jacoba (*circa 1864) van de advocaat Raymond Victor Heyliger(*1829) en Albertina de Brauw (*1845) een oudere zuster van Dirk destijds woonachtig in Batavia.

  • zuster C.A.M. (Antoinette) de Brauw (1852-1932)

    Antoinette kwam in juli 1871 vanuit Nederland aan in Batavia en trouwt er op op 5 november 1873 met de aspirant civiel ingenieur Izaak (Ies) Rolandus Hagedoorn (1844-1875). Izaak was de oudste zoon uit het gezin Rolandus Hagedoorn - de Brauw (Mama Petronella de Brauw was verre familie van Antoinette). Hij was opgeleid tot zeeofficier waar hij het tot luitenant 1ste klasse bracht en maakte toen een overstap naar ingenieur bij openbare werken waar hij in 1870 een positie als aspirant ingenieur in Banka kreeg. Daarna volgde in 1873 overplaatsing als ingenieur 3de kl. naar Poerwakarta. Bij zijn taak als ingenieur hoorde ook zitting te hebben in de lokale schoolcommisie en een taak als landmeter. Op 29 juli 1874 beviel Antoinette voortijdig van een meisje genoemd Petronella Jacoba (Nelly) die al in oktober dat jaar stierf. Izaak werd eind 1874 (na oktober) overgeplaatst naar Tjiandjoer en in januari 1875 bevorderd tot ingenieur 2de klasse.



    Op 31 juli van dat jaar overleed hij aan een hartkwaal. Antoinette beviel een week daarna van een dochter genoemd Antoinette Maria Elisabeth (Betsy of Nonnie genoemd). Na het overlijden van Izaak logeerde zij respectievelijk bij de assistent resident van Tjiandjoer, de familie van Hoofdingenieur Mansvelt te Bandoeng en vanaf midden 1876 bij haar zuster Marie Ruempol-de Brauw te Djokjakarta. In januari 1877 vertrok zij via Semarang naar Batavia om eind maart naar Nederland te vertrekken met het clipperfregat Noach III waar zij in augustus aankwam. Begin januari 1878 overleed dochterje Betsy die in Amersfoort werd begraven. Mogelijk verbleef zij toen bij het gezin van zwager Chris Rolandus Hagedoorn die daar als officier van gezondheid gelegerd was. Later in 1879 verblijft zij in Ginneken bij Breda bij oom en tante de Brauw. In 1880, zij was toen net 28, keert zij terug naar Indië met het stoomschip Madura. Aan boord ontmoet ze de 2de luitenant overgrootvader Alex de Jongh met wie zij een jaar later in het huwelijk treed.


    De clipper Noach serie waarmee Antoinette in 1877 naar Nederland terugkeerde. Advertentie van haar vertrek naar Indië eind 1880.


    Antoinette; Midden: [Izaak met baby Nelly ??] bron: Familie archief Krol;
    Rechts: Graf met opschrift "Hier rust mijn laatste lieveling A.M.E. Hagedoorn."

    Click hier voor meer over het ouderlijk gezin van Izaak, de familie Rolandus Hagedoorn- de Brauw Opent in eigen venster

    Twee dingen vallen op. De brieven van Antoinette worden ondanks haar klagen daarover zelden beantwoord door Dirk. Dit zal onder andere te maken hebben met het feit dat hij betrokken was bij een oorlogs missie in Atjeh en mogelijkheden en tijd hem ontbrak. Verder dat na het vertrek van Antoinette naar Nederland slecht 1 brief bewaard is gebleven. De reden hiervoor kan gelegen zijn dat Antoinette, die de brieven kennelijk erfde na het overlijden van Dirk in 1914, de andere vernietigd heeft als zijnde te persoonlijk of dat ze bewaard zijn gebleven bij Tientje Engel de vrouw van Dirk.

    In de bewaard gebleven brieven van Antoinette aan Dirk geeft zij in het begin bij herhaling "de groeten" aan Bischoff. Ik denk dat ze Eduard Bischoff van Heemskerck bedoelde. Hij is een achterneef via haar moeder Jacoba E.M. van Heemskerk van Beest wiens oudere halfzuster Catharina (1802-1838) huwde met Bejamin Bischoff. Hun zoon noemde zich Bischoff van Heemskerck. Deze had twee zonen resp. Eduard Willem (1850-1934) en Willem Frederik Carel (1852-1915). Feitelijk half-achterneven van Antoinette. In die tijd met het netwerk nog sterk op de familie gericht zullen zij als neven ervaren zijn. Mijn opa Karel de Jongh sprak over de mannelijke leden van die familie (zoals de toemalige opperstalmeester van de Koningin) nog steevast als neven. Beiden jonge mannen werden officier in het O.I.L. de eerste in 1871 en de tweede in 1875. Daar de eerste brief waarin Bischoff genoemd werd uit 1873 stamt zal het om Eduard gaan. Hij werd geplaatst bij respectievelijk het zevende, het twaalfde (Waar ook Dirk diende) en tiende bataljon infanterie en maakte net als Dirk deel uit van de eerste expeditie naar Atjeh.

    Hieronder de brieven van Antoinette en Izaak of zwager Jan Derk Rolandus Hagedoorn:
    -Brief d.d.Batavia 8 april 1873 van Antoinette die in Batavia verblijft waar zij in 1871 aankwam gaat uit met zus Marie en bezoek kennissen. Ze heeft zojuist vernomen dat de oorlog aan Atjeh verklaard is en maakt zich terecht zorgen over Dirk die officier is en er wel naar toe gestuurd zal worden. (Hij word inderdaad ingezet in de korte 1ste expeditie.) Aan het einde van de brief word Izaak Hagedoorn, met wie ze later dat jaar trouwt, genoemd die kennelijk hersteld is van "geknokkeld" (knokkelkoorst gehad ?).
    -Poerwakarta 14 november 1873 Laatste brief aaan Dirk voordat hij naar Atjeh vertrekt.
    -Brief d.d. Poerwakarta 23 december 1873 van Antoinette gehuwd met Izaak Hagedoorn. Eindelijk kan Antoinette weer een brief aan Dirk die in Atjeh dienst doet schrijven.
    -Brief d.d. Poerwakarta 22 maart 1874
    -Brief d.d. Poerwakarta 21 juni 1874
    -Brief Tjiandjoer d.d. 31 juli 1874 van zwager Izaak R. Hagedoorn Antoinette is woensdag 29 juli voortijdig bevallen van een dochter met roepnaam Nelly.
    -Brief d.d. Tjiandjoer 12 december 1874
    -
    Brief d.d. Tjiandjoer 16 februari 1875. Zwager Raymond Victor Heyliger de echtgenoot van zuster Albertine (Tine) is tijdens een reis naar Singapore op 24 januari van dat jaar op 45jarige leeftijd overleden. Hij liet zijn jonge vrouw (29) met twee jonge kinderen achter. Izaak de echtgenoot van Antoinette is gepromoveerd tot Civiel Ingenieur 2de klasse.
    - Brief d.d. Tjiandjoer 24 april 1875.
    - Brief d.d. Tjiandjoer 4 juni 1875.
    --Brief d.d. Tjiandjoer 2 augustus 1875 van Jan Derk Rolandus Hagedoorn , broer van Izaak, naar aanleiding van het overlijden van Izaak aan een hartkwaal op zaterdag 31 juli 1875. Hij meld dat Antoinette, die elk moment kan bevallen, naar omstandigheden rustig is en vraagt Dirk haar snel te schrijven.
    - Brief d.d. Tjiandjoer 3 oktober 1875 als reactie op een brief van Dirk op het overlijden van echtgenoot en de geboorte van haar dochterje. Zij logeert tijdelijk bij de assistent resident maar heeft nog niet besloten wat verder te doen. Er is een aanbieding om bij zuster Marie die voor enige tijd in Djokjakarta woonachtig is in huis te komen wonen en ze heeft verder plannen om volgend jaar naar Nederland te gaan.
    - Brief d.d. Bandoeng 3 november 1875. Zij logeert nu al twee weken bij de familie van Mansvelt en wil liever niet te lang blijven omdat ze vind dat ze haar gastheer en vrouw belast maar maar kan niet snel weg omdat de min die ze recent heeft genomen voor haar kind niet uit Bandung weg wil. De vorige brief aan Dirk is door omstandigheden niet verstuurd en sluit ze bij deze in.
    -Brief d.d. Djocjakarta 27 juni 1876. Zij logeert in Djocja bij haar zuster Maria Johanna Lucie (Marie) (1844-1189) gehuwd met de officier M.C.E. Ruempol (1830-1890). Antoinette is van plan om begin 1877 naar Nederland te vertrekken. Voordat ze naar Djocjakarta kwam is zij in Batavia geweest.
    -Brief d.d. Djocjakarta 4 juli 1876. Zij logeert nog steeds in Djocja bij haar zuster Marie.
    Brief d.d. 1 augustus 1876.
    -Brief d.d. Djokjakarta 13 oktober 1876 Onvolledig
    -Brief d.d. Batavia 21 februari 1877. Zij heeft eindelijk geboekt voor de reis naar Nederland en logeert tijdelijk bij de familie ...
    -Brief Batavia d.d.22 maart 1877 van Antoinette. Een laatste afscheidsbrief aan broer Dirk.
    -Brief Breda Brief op rouwpapier d.d.Breda 19 juni 1879. . (Zij verloor haar laatste dochterje Betsy begin 1878.) Dirk staat op het punt te trouwen met Christine (later Tientje genoemd) Engel (X 30-6-1879 te Djokjakarta) Antoinette is kennelijk niet van de precieze trouwdatum op de hoogte.

  • Jongste broer Cornelis Albert (Albert) de Brauw (1855-1905). Onder leiding van oom Constant de Brauw koos hij voor een opleiding als zeeofficier. Zijn eindfunctie was Kapitein-ter-zee net als zijn oom.


    Hij werd er in september 1870 benoemd tot adelborst 3de klas en 3 jaar later tot adelborst 1ste klas. In mei 1874 werd hij geplaatst bij het stoomschip Zr. Ms. Sambas op welk schip hij als 4de officier vanaf oktober deel nam aan een blokkade als onderdeel van de expeditie naar Atjeh in dat jaar. Per eind maart 1876, werd hij benoemd tot luitenant-ter-zee 2de klasse. Februari 1878 keerde hij per Franse mailboot naar Nederland terug. In augustus 1883 werd hij als tijdelijk 1ste officier geplaatst op Zr. Ms. Wachtschip te Soerabaja.Later werd hij geplaatst op Zr. Ms. Wachtschip te Batavia waarna hij in september 1885 werd overgeplaatst op Zr. Ms. Pontianak als oudste officier.

    In mei 1886 promoveerde hij tot luitenant-ter-zee 1ste klas en werd in juni gerepatrieerd naar Nederland. Medio maart 1887 werd hij gedetacheerd bij de de inspecteur van de artillerie der Zeemacht aan het departement van Marine te Den Haag waar hij circa vier jaar werkzaam was. In de jaren 1890-91 kreeg hij enkele keren verlof omdat zijn gezondheid te wensen overliet. Begin mei 1891 kwam aan deze "Haagse" periode een einde en werd hij tot oktober dat jaar benoemd tot 1ste officier op Zr. Ms ram-monitor Panter. Begin 1892 ging hij op eigen gelegenheid naar Indië om daar overgeplaatst te worden als commandant op Hr. Ms. rader-stoomschip Onrust. Hij was toen weer enige tijd actief in Indië waar hij als commandant ingezet werd op verschillende schepen zoals de Bromo, de Bandjermassing en de Pontianak. De laatste twee schepen in de wateren rond Atjeh.

    Hieronder een verkort overzicht van de brieven geschreven door broer Albert:
    Breda 19 augustus 1872 , Breda 19 augustus 1872 , Breda 1 augustus 1873 , Breda 1 augustus 1873 , Reede Atjeh 4 december 1874 , Reede Atjeh 4 december 1874 , .... van Atjeh 3 juni 1875 , .....van Atjeh 3 juni 1875 , Reede Atjeh 13 september 1875 , Reede Atjeh 13 september 1875 , a/b Sumatra 24 januari 1876 , a/b Sumatra 24 januari 1876 , Reede Pedir 23 oktober 1876 , Reede Pedir 23 oktober 1876 , Reede Ma.... 28 februari 1877 , Reede Ma.... 28 februari 1877 , Reede Edi 3 september 1877 , Reede Edi 3 september 1877 , Onrust 18 februari 1878 , Onrust 18 februari 1878 , Amsterdam 30 juli 1878 , Amsterdam 9 januari 1879 , Nieuwendiep 22 mei 1879.


    Hieronder een kort overzicht van de andere brieven in de collectie:
  • Padang, 29 december 1876,van Sobat Hofwegen
  • 18 december 1889, van Dirk en Tientje aan mama Engel,
  • Harderwijk, 15 september .... van tante Therese Engel.
  • Harderwijk 22 augustus .... van Tante Therese Engel.




  • <<< Terug <<<



    hdebie45.deds.nl/Genea